Nr. | Omschrijving (bedragen x € 1.000) | Krediet | Programma | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | I/S |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
A. | Stand Primitieve begroting 2026 na 1e wijziging (raadsbesluit 852392) | 0 | -12.932 | -17.242 | -16.661 | |||
B. | Voortgangsrapportage 2026 (raadsbesluit 936086) | - | 1.619 | 2.253 | 2.239 | 1.296 | ||
Vertrekpunt begroting 2027 | 1.619 | -10.679 | -15.003 | -15.365 | ||||
C. | Vervangingsinvesteringen | Krediet | Programma | |||||
1 | Verbouwing Bloeiende perelaar (schoolgebouw) | 500 | 02.Samenleving | - | - | - | -19 | S |
2 | Led-verlichting (armaturen) 2027/2028 | 750 | 04. Milieu | - | -29 | -57 | -56 | S |
3 | Vervangingsinvesteringen nieuwe werf | 1.210 | 04. Milieu/Overhead | - | - | -93 | -91 | S |
4 | Vervangingsinvesteringen wegen en asfalt | 1.615 | 06. Beheer openbare ruimte | - | - | - | -85 | S |
5 | Vervanging elektrische fietsen | 90 | Overzicht Overhead | - | -20 | -19 | -19 | S |
6 | Vervanging kantoorinventaris stadhuis 2027/2028/2029 | 645 | Overzicht Overhead | - | -29 | -50 | -75 | S |
7 | Krediet apparatuur raadzaal | 170 | Overzicht Overhead | -36 | -36 | -35 | S | |
4.980 | Subtotaal C. | - | -114 | -255 | -380 | |||
D. | Onvermijdelijke ontwikkelingen | Krediet | Programma | |||||
1 | Bijstellen verkoopopbrengsten gronden restgroen | - | 07. Ruimtelijke ordening | -129 | -136 | -136 | -136 | S |
2 | Actualisatie contributies VNG, GGU en A&O | - | 10. Bestuur en concern | 69 | 81 | 57 | 31 | S |
3a | Uitbreiding van het college met een 1 extra wethouder | - | 10. Bestuur en concern | -144 | -146 | -149 | -151 | S |
3b | Uitbreiding secretaresse (0,5 fte) | - | Overzicht Overhead | -42 | -43 | -45 | -46 | S |
4 | Versterking verzuimbegeleiding en re-integratie | Overzicht Overhead | -103 | -106 | -109 | -169 | S | |
5 | Ontwikkelingen gemeentefonds | - | Overzicht algemene dekkingsmiddelen | 885 | 1.025 | -737 | -746 | S |
6 | Actualisatie deelnemingen (HVC en SVP) | - | Overzicht algemene dekkingsmiddelen | 49 | 86 | -595 | -670 | I/S |
7 | Actualisatie renteomslag (financiering) en meerjareninvesteringsplan (MIP) | - | Diverse programma's | 3.353 | 3.915 | 5.048 | 1.648 | S |
8 | Terugdraaien VNG advies Jeugd 2027 en dekkingsplan (2-jaars sluitend) begroting 2026 (besluit 852392) | - | Resultaatbestemming | -4.920 | - | - | - | I/S |
- | Subtotaal D. | -983 | 4.675 | 3.334 | -238 | |||
E. | Uitgangspunten en indexering | Krediet | Programma | |||||
1 | Indexatie investeringen: | |||||||
a | Indexatie kredieten IHP en bewegingsonderwijs (prijspeil 2027: 5,2%) | 6.873 | 02.Samenleving | -24 | -100 | -103 | -237 | S |
b | Indexatie krediet nieuwe Milieustraat (Visserijweg 3, werfgebouwen prijspeil 2027 5,2%) | 1.800 | 04. Milieu/Overhead | - | - | -42 | -41 | S |
c | Indexatie wegen en kunstwerken, scholen en gymzalen en overig maatschappelijk vastgoed (raadsmemo 944983) | 3.434 | Diverse programma's | - | -32 | -145 | -148 | S |
2 | Indexatie exploitatie: | |||||||
a | Actualisatie materiële uitgaven (bedrijfsvoering, maatschappelijk en ruimtelijk) | - | 02.Samenleving | -876 | -1.053 | -1.048 | -993 | S |
b | Indexatie budgetten WMO en Jeugd | - | 02.Samenleving | -266 | -532 | -831 | -864 | S |
c | Actualisatie OZB inflatie en areaal | - | Overzicht algemene dekkingsmiddelen | 686 | 760 | 835 | 867 | S |
3 | Dekking stelpost loon- en prijsstijgingen (LPO) | - | Overzicht algemene dekkingsmiddelen | 1.166 | 1.717 | 2.168 | 2.284 | S |
12.107 | Subtotaal E. | 686 | 760 | 835 | 867 | |||
F. | Gemeenschappelijke regelingen | Krediet | Programma | |||||
1 | Begroting 2027 GGD Zaanstreek - Waterland (raadsbesluit 941676) | - | 02.Samenleving | -2 | 57 | 296 | 64 | S |
2 | Zienswijze Werkom (raadsbesluit 939683) | - | 02.Samenleving | 77 | -67 | 218 | 372 | S |
3 | Kadernota 2027 Omgevingsdienst Ijmond (raadsbesluit 939753) | - | 08. Veiligheid | -398 | -440 | -488 | -539 | S |
4 | Veiligheidsregio Zaanstreek - Waterland (936124) | - | 08. Veiligheid | -357 | -357 | -357 | -357 | S |
5 | Zienswijze recreatieschap Twiske-Waterland (raadsbesluit 943034) | - | 10. Bestuur en concern | -9 | -15 | -22 | -28 | S |
6 | Zienwsijze Waterlandsarchief (raadsbesluit 936663) | - | 10. Bestuur en concern | -101 | -31 | -27 | -61 | S |
- | Subtotaal F. | -789 | -852 | -379 | -548 | |||
G. | Investeringsagenda | Krediet | Programma | |||||
1 | Sporthal Karekietpark | 11.695 | 02.Samenleving | - | -97 | -293 | -290 | S |
2 | Grotere mobiliteitshub Beatrixplein | 10.261 | 05. Bereikbaarheid | - | - | - | - | S |
3 | Fietsnetwerk 2027 | 500 | 06. Beheer openbare ruimte | - | -18 | -18 | -18 | S |
4a | Resterend voor volgende jaren | - | Overzicht algemene dekkingsmiddelen | - | -809 | -614 | -617 | S |
4b | Beschikbaar in jaarschijf 2027 | - | Overzicht algemene dekkingsmiddelen | - | 925 | 925 | 925 | S |
22.456 | Subtotaal G. | - | - | - | - | |||
Stand Programmabegroting 2027-2030 | 532 | -6.211 | -11.467 | -15.665 |
Het vertrekpunt voor de programmabegroting 2027 is de stand van de Voortgangsrapportage 2026 (onderdeel B). Hierover is besloten op 23 juni 2026 (raadsbesluit 936086). Vervolgens presenteren wij u een bijgesteld beeld en lichten wij de posten toe die de stand van de begroting wijzigen (onderdelen C tot en met F). Het begrotingsadvies van de VNG wordt verder toegelicht in de aanbiedingsbrief.
Bij de actualisatie van het Meerjareninvesteringsplan (MIP) worden de fasering en de jaarschijf voor 2030 geactualiseerd. Uit deze actualisatie is gebleken dat er tevens nieuwe kredieten zijn opgenomen en dat er voorstellen zijn gedaan voor ophogingen van bestaande kredieten.
Conform de Financiële Verordening 2026 dienen deze kredieten ter besluitvorming aan de raad te worden voorgelegd. In het raadsbesluit zijn de betreffende kredieten opgenomen, die hieronder nader worden toegelicht.
1. Verbouwing Bloeiende Perelaar (krediet € 500.000)
Voor de verbouwing Bloeiende Perelaar is een nieuw krediet benodigd in 2029 van € 500.000 met een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Het nieuwe krediet voor de verbouwing van Bloeiende Perelaar is noodzakelijk om het gebouw aan te passen aan de huidige functionele eisen, waaronder het verbeteren van de indeling, het verhogen van de gebruikskwaliteit en het voldoen aan actuele normen op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en toegankelijkheid. Hiermee wordt het pand toekomstbestendig gemaakt en beter geschikt voor het beoogde gebruik. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten, vanaf 2030 € 19.000, zijn verwerkt in de begroting 2027.
2. Led-verlichting (armaturen) 2027 en 2028 (krediet € 750.000)
Om de herkenning en zichtbaarheid te vergroten, is het noodzakelijk om versneld 1.125 oranje natriumlampen te vervangen door wit licht. Hiervoor wordt een krediet aangevraagd van € 500.000 in 2027 (waarvan reeds € 250.000 beschikbaar is gesteld) en € 500.000 in 2028, met een afschrijvingstermijn van 25 jaar.
De hieruit voortvloeiende kapitaallasten, vanaf 2028 € 29.000 oplopend naar € 56.000 in 2030, zijn verwerkt in de begroting 2027. Met deze investering wordt uitvoering gegeven aan raadsbesluit 913395 en wordt de motie ‘Aandacht voor veiligheid in de openbare ruimte’ afgedaan.
3. Complex milieustraat Baanstee Noord (krediet € 1.210.000)
Voor de nieuwe Werf en milieustraat wordt een aantal kredieten aangevraagd voor de vervanging van diverse onderdelen op de nieuwe locatie (wasstraat, container shields, natzoutinstallatie, bruggen etc). Het betreft dus investeringen in roerende delen en inrichting van de Werf en de milieustraat, die ook op de huidige locatie vervangen zouden moeten worden maar door de nieuwbouw daar niet meer worden uitgevoerd. Dit betreft:
Locatie Visserijweg 3 (bedragen x € 1.000) | 2028 |
|---|---|
Container shields reiniging | 100 |
Natzoutinstallatie | 100 |
Kraanbaan | 80 |
Wasstraat | 125 |
Bruggen | 130 |
Noodstroomaggregaat | 300 |
Vaste inrichting | 375 |
Totaal | 1.210 |
De hieruit voortvloeiende kapitaallasten, vanaf 2029 € 93.000 zijn verwerkt in de begroting 2027.
4. Kredieten wegen en asfalt (krediet € 1.615.000)
Voor een aantal kredieten binnen asfalt en wegen is sprake van noodzakelijke vervangingsinvesteringen in 2029. Deze vervangingen zijn nodig vanwege het bereiken van het einde van de technische levensduur van de huidige verhardingen en om de kwaliteit, veiligheid en bereikbaarheid van de openbare ruimte op peil te houden. Dit betreft de volgende kredieten:
Wegen en asfalt (bedragen x € 1.000) | 2029 |
|---|---|
Vervanging bestrating speelwagenstraat (elementen) | 510 |
Beheerplan reconstructie Burgemeester Kooimanweg fase 2 (asfalt) | 395 |
Vervanging bestrating J.Pallachstraat (elementen) | 130 |
Vervanging bestrating Roedestraat (elementen) | 305 |
Vervanging bestrating Gaffelstraat (elementen) | 220 |
Vervanging bestrating W.Hofsteestraat (elementen) | 55 |
Totaal | 1.615 |
De hieruit voortvloeiende kapitaallasten, vanaf 2030 € 85.000 zijn verwerkt in de begroting 2027. In het investeringsoverzicht 'lopende investeringen' vindt u de detaillering terug.
5/6. Vervanging kantoorinventaris stadhuis (krediet € 645.000) en elektrische fietsen (krediet € 90.000)De huidige inventaris van met name het stadhuis is in 2016 opgeleverd. Inventaris kent een afschrijvingstermijn van 10 jaar. Indertijd is abusievelijk vergeten de vervangingskosten in het Meerjaren Investeringsprogramma (MIP) op te nemen. Slijtage door intensief gebruik komt steeds vaker voor. Het operationeel budget voor inventaris is bij lange na niet toereikend. Het aangevraagde vervangingskrediet is noodzakelijk om deugdelijke, arbotechnisch verantwoorde inventaris te kunnen blijven garanderen. Daarvoor is soms grootschalige vervanging noodzakelijk. Voor de periode 2027 (€ 250.000), 2028 (€ 180.000) en 2029 (€ 215.000) wordt een krediet van € 645.000 aangevraagd.
Daarnaast wordt een krediet van € 90.000 aangevraagd voor de vervanging en uitbreiding van elektrische fietsen . In 2021 hebben wij van een krediet gebruik gemaakt om de organisatie te voorzien van (elektrische) fietsen. Hiermee voorzagen wij in een grote behoefte om binnen de gemeente snel en wendbaar te kunnen reizen. Dit gebeurt vanaf meerdere locaties. Hiermee zijn enorm veel autokilometers binnen de gemeente voorkomen, en hebben medewerkers (onbewust) gezonder gereisd. Daarnaast is de druk op managers en salarisadministratie afgenomen doordat er veel minder autokilometers gedeclareerd worden. De afschrijvingstermijn voor deze fietsen is 5 jaar. Er wordt intensief gebruik gemaakt van de fietsen, de onderhoudskosten nemen fors toe. Vervanging is dan ook noodzakelijk.
De hieruit voortvloeiende kapitaallasten, vanaf 2028 € 49.000 oplopend naar € 94.000 in 2030, zijn verwerkt in de begroting 2027.
7. Apparatuur raadzaal (krediet € 170.000)
De huidige hardware in de raadzaal nadert het einde van de technische levensduur en dient te worden vervangen om de continuïteit en betrouwbaarheid van het vergadersysteem te waarborgen. In overleg met de leverancier is vastgesteld dat vervanging noodzakelijk is om een stabiele en ongestoorde werking van het systeem te kunnen blijven garanderen. Uitstel van de vervanging vergroot het risico op storingen en uitval. Voorgesteld wordt om voor de vervanging in 2027 een krediet van € 170.000 beschikbaar te stellen. Het is echter mogelijk dat de vervanging eerder moet plaatsvinden dan nu voorzien. Indien hiervan sprake is, wordt uw raad hierover geïnformeerd via een tussentijdse rapportage. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten van € 36.000 per jaar vanaf 2028 zijn verwerkt in de begroting 2027.
1. Restgroen
Als gevolg van gewijzigd beleid wordt een groter deel van de restgroenpercelen in eigen beheer gehouden. Hierdoor worden minder gronden verkocht dan eerder voorzien, wat leidt tot een neerwaartse bijstelling van de geraamde verkoopopbrengsten van structureel € 136.000.
2. Actualisatie contributies VNG, GGU en A&O
Door groei van inwoners en door indexatie stijgen de bijdragen aan de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU), het A+O fonds aan de VNG en de jaarlijkse contributie aan de VNG. Op dit moment zijn de bijdragen voor 2026 bekend: GGU bijdrage (€ 445.415), A+O fonds (€ 43.881) en de VNG-contributie (€ 164.828). Deze bijdragen zijn 8,49 % lager dan begroot. Een deel van deze correctie wordt ingezet om een tekort binnen het budget voor de bijdragen aan de samenwerkingsagenda ZaWA op te vangen. Het resterende bedrag wordt toegevoegd aan het begrotingssaldo.
3a. Uitbreiding van het college met één extra wethouder
Met de start van deze nieuwe collegeperiode is het college uitgebreid met één extra wethouder. Deze uitbreiding sluit aan bij de toenemende complexiteit van gemeentelijke opgaven en de groeiende verantwoordelijkheden waarmee de gemeente wordt geconfronteerd. De komende jaren vragen belangrijke thema’s zoals woningbouw, duurzaamheid, zorg, mobiliteit, economische ontwikkeling en participatie om extra aandacht en bestuurlijke capaciteit. Door een extra wethouder aan het college toe te voegen, kunnen de portefeuilles evenwichtiger worden verdeeld en kan meer focus worden aangebracht op de uitvoering van beleidsdoelstellingen. Daarnaast draagt een uitbreiding van het college bij aan een betere bestuurlijke slagkracht. Het stelt het college in staat om sneller in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, intensiever samen te werken met inwoners en partners en de kwaliteit van de dienstverlening verder te versterken.
3b. Uitbreiding secretaresse (0,5 fte)
Met de uitbreiding van het college van burgemeester en wethouders met een extra wethouder neemt de bestuurlijke capaciteit en daarmee ook de ondersteuningsbehoefte toe. Elke wethouder brengt een eigen portefeuille, bestuurlijke agenda en netwerk van interne en externe contacten met zich mee. Dit leidt tot een grotere werklast op het gebied van agendabeheer, correspondentie, vergaderondersteuning, afhandeling van bestuurlijke stukken en coördinatie van afspraken. Daarom wordt de formatie van het secretariaat uitgebreid met 0,5 fte.
4. Versterking verzuimbegeleiding en re-integratie
Het verzuim binnen onze organisatie laat al meerdere jaren een stijgende trend zien en bedroeg in 2025 7,6%. Deze ontwikkeling sluit aan bij het landelijke beeld binnen de gemeentelijke sector. Uit de Personeelsmonitor 2025 van het A&O Fonds Gemeenten blijkt dat het gemiddelde verzuimpercentage bij gemeenten is gestegen naar 7,1% (2024: 6,7%), het hoogste niveau in de afgelopen twintig jaar. De aanhoudende stijging van het verzuim vraagt om blijvende aandacht voor adequate verzuimbegeleiding en re-integratie. In 2023 is geconstateerd dat versterking van de uitvoering van de Wet verbetering poortwachter noodzakelijk was. Uit evaluaties bleek dat medewerkers niet altijd tijdig werden begeleid in hun verzuim- en re-integratietraject, waardoor risico’s ontstonden voor zowel herstel als duurzame terugkeer naar werk. Om deze reden is bij de Voorjaarsnota 2024 formatie aangevraagd voor een verzuimcoördinator. Sinds september 2025 beschikt de organisatie over een verzuimspecialist, gecombineerd met de functie van arbocoördinator.
De inzet van deze specialist heeft geleid tot verbeteringen in de verzuimprocessen en een betere ondersteuning van leidinggevenden. Tegelijkertijd is gebleken dat de omvang en complexiteit van de verzuimproblematiek groter zijn dan vooraf werd voorzien. Hierdoor blijft de organisatie kwetsbaar op het gebied van de naleving van wettelijke re-integratieverplichtingen. Op basis van de huidige dossiers bestaat het risico dat het UWV in 2026 tot zes loonsancties oplegt. De financiële consequenties hiervan worden geraamd op € 300.000 tot € 400.000. Een loonsanctie wordt opgelegd wanneer het UWV oordeelt dat een werkgever onvoldoende invulling heeft gegeven aan de wettelijke re-integratieverplichtingen. In dat geval wordt de verplichting tot loondoorbetaling met maximaal één jaar verlengd en dienen aanvullende re-integratie-inspanningen te worden verricht. Naast de hogere uitvoeringskosten voor begeleiding door bedrijfsarts, leidinggevenden en HR-professionals, leidt dit tot aanzienlijke extra loonkosten voor de organisatie.
De afgelopen periode is de beschikbare capaciteit van de verzuimspecialist in belangrijke mate ingezet voor het herstellen van bestaande dossiers, het ondersteunen van leidinggevenden en het beperken van de risico's op loonsancties. Hierdoor komen andere taken op het gebied van arbeidsomstandigheden, preventie en duurzame inzetbaarheid onder druk te staan. Daarnaast wordt een beroep gedaan op collega’s om werkzaamheden over te nemen, hetgeen de organisatiebrede werkdruk verder vergroot. Gelet op de structureel hoge verzuimcijfers, de toenemende complexiteit van verzuimdossiers, de financiële risico’s van loonsancties en het belang van duurzame inzetbaarheid wordt voorgesteld om vanaf 2027 structureel budget beschikbaar te stellen voor de versterking van de specialistische capaciteit op het gebied van verzuim en arbeidsomstandigheden. Hiermee wordt de continuïteit van de verzuimbegeleiding geborgd, worden financiële risico’s beperkt en kan meer nadruk worden gelegd op preventie en duurzame inzetbaarheid van medewerkers.
5. Ontwikkelingen gemeentefonds
In de begroting 2027 zijn de ontwikkelingen van de meicirculaire 2026 verwerkt. Het totale effect is als volgt opgebouwd:
Bedragen x € 1.000 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
1a. opnemen accressen (voor prijs en volume) | 2.019 | 2.503 | 1.333 | 2.456 |
1b. opnemen reservering voor loon- en prijsbijstellingen | -1.863 | -2.199 | -1.482 | -2.606 |
2. verlagen stelpost BCF plafond | -572 | -579 | -587 | -596 |
3. onderzoek herijking gemeentefonds | 1.300 | 1.300 | - | - |
4a. huishoudelijke hulp uit de Wmo | - | - | -5.328 | -5.318 |
4b. stelpost opnemen huishoudelijke hulp Wmo | - | - | 5.328 | 5.318 |
Totaal financieel effect begroting 2027 | 884 | 1.025 | -737 | -746 |
In de raadsbrief (registratienummer 948188) bent u geïnformeerd over de ontwikkelingen rond de meicirculaire van het gemeentefonds. Het algemene beeld voor het begrotingssaldo is positief voor de jaren 2027 en 2028, waarna dit vanaf 2029 omslaat naar een negatief saldo.
Daarnaast is voorzien dat huishoudelijke hulp binnen de Wmo niet langer als maatwerkvoorziening wordt aangeboden. Omdat hierover nog aanzienlijke onzekerheid bestaat, is dit voorlopig als stelpost in de begroting opgenomen. Tevens is rekening gehouden met een extra vergoeding voor loon- en prijsontwikkelingen (regel 1a/b), waarbij zichtbaar is dat de groei in prijs en volume vanaf 2029 afvlakt.
Verder constateren wij dat de voorgenomen herziening van het gemeentefonds (herverdeling) met twee jaar wordt uitgesteld tot 2029. Hierdoor kan de gereserveerde stelpost in deze jaren (€ 1,3 miljoen) vrijvallen. Conform de provinciale richtlijn—die stelt dat in de begroting 2026 een structurele stelpost mag worden opgenomen ter hoogte van de ruimte onder het BCF-plafond in het meest recent gerealiseerde jaar (2025)—is deze post neerwaarts bijgesteld.
6. Actualisatie deelnemingen
De deelnemingen Stadsverwarming (SVP) en de Huisvuilcentrale Alkmaar (HVC) zijn geactualiseerd. Bij Stadsverwarming is de risicoprovisie aangepast als gevolg van het aantrekken van een nieuwe lening in 2026 door SVP. Voor HVC geldt dat, gezien de omvang van de leningenportefeuille, de garantstellingsprovisie is bijgesteld. Verder vindt er een aframing van het dividend van de SVP plaats. Op 22 december 2025 heeft SVP de aandeelhouder geïnformeerd over het bijgestelde verwachte resultaat voor 2026 en de meerjarenprognose 2025-2035 (zie raadsmemo 894984). Voor de jaren 2028 en 2029 was rekening gehouden met een dividend vanuit SVP van € 700.000. Gezien de huidige winstverwachtingen bij SVP over 2028 en 2029 is het onwaarschijnlijk dat er dividend beschikbaar is. Daarom zijn ook de dividendinkomsten voor de jaren 2029 en 2030 naar beneden bijgesteld. De aframing van het dividend heeft invloed op de gemeentelijke begroting van 2029 en 2030, aangezien dividenden doorgaans in het jaar na exploitatie worden uitgekeerd.
7. Actualisatie Meerjareninvesteringsplan (MIP) en de renteomslag (financiering)
Bedragen x € 1.000 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
a. actualisatie investeringsplan (kapitaallasten) | 1.028 | 918 | 1.275 | 127 |
b. actualisatie renteomslag (financiering) | 2.325 | 2.997 | 3.773 | 1.521 |
Totaal | 3.353 | 3.915 | 5.048 | 1.648 |
In deze begroting is het meerjareninvesteringsplan (MIP) geactualiseerd. Er zijn nieuwe investeringen toegevoegd, met name in het laatste jaar van de planperiode. Daarnaast zijn de fasering van projecten en het benodigde investeringsbudget herzien. Binnen de fasering is zichtbaar dat kredieten naar latere jaren worden doorgeschoven (met name uit 2026 en 2029). Als gevolg hiervan ontstaat in alle jaren tijdelijke budgettaire ruimte door vrijval van kapitaallasten. Bij de aanpassing van het benodigde investeringsbudget is sprake van zowel nieuwe kredietaanvragen als indexeringen van bestaande budgetten. Verder zijn de in de toekomstscenario’s van de begroting 2026 opgenomen stelposten voor het verlengen van de afschrijvingstermijnen van wegen, riolering en de investeringen binnen het Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn weggehaald. De financiële effecten hiervan zijn vervolgens doorgerekend en verwerkt in de meerjarige ramingen. Daarmee sluiten de kapitaallasten aan op de actuele uitgangspunten en is geen afzonderlijke stelpost meer noodzakelijk.
Onder de programma’s is een toelichting opgenomen op de nieuwe en aangepaste investeringen. Het MIP bevat de geplande investeringen voor de komende vier jaar en wordt jaarlijks herzien. De wijzigingen in fasering hebben directe gevolgen voor de raming van kapitaallasten in de meerjarenbegroting. Deze lasten zijn aangepast op basis van:
geactualiseerde ramingen per jaarschijf (cashflows),
kredieten uit de Voortgangsrapportage 2026,
onvermijdelijke vervangingsinvesteringen nieuwe Milieustraat, elektrische fietsen, kantoorinventaris stadhuis, apparatuur raadszaal, IHP en wegen en asfalt,
indexering van onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs (prijspeil 2027),
indexatie nieuwe Milieustraat (prijspeil 2027),
indexatie wegen en kunstwerken, scholen en gymzalen en overig maatschappelijk vastgoed (raadsmemo 944983).
In de huidige situatie staan veel investeringen gepland, waarvan een deel over meerdere jaren wordt ‘meegenomen’. Dit voortduwen van investeringen zit nu met name bij beheerplannen en onderhoudsprojecten. Er zijn diverse grote projecten die meerdere jaren duren. In deze begroting is getracht de capaciteit en de uitvoering van de kredieten voor de komende periode goed in beeld te brengen om de afgesproken investeringen te realiseren. Hierdoor zijn de uitgaven realistischer begroot over de jaren 2026-2030. In het raadsbesluit wordt voorgesteld om de bijbehorende kredieten vast te stellen. Daarnaast is er een investeringsagenda opgesteld op basis van de groei van de gemeente. De uitwerking hiervan maakt geen onderdeel uit van deze actualisatie.
De fasering van investeringen heeft ook invloed op de ontwikkeling van de financieringsbehoefte en daarmee op de rentelasten. Doordat investeringen naar latere jaren worden doorgeschoven, hoeft de bijbehorende externe financiering later te worden aangetrokken. Hierdoor werkt de stijging van de rente op de kapitaalmarkt in 2027 nog slechts beperkt door in de rentelasten en het renteomslagpercentage. Daarnaast wordt de financieringsbehoefte beïnvloed door de actualisatie van de grondexploitaties, reserves en voorzieningen en de stand van de overlopende activa en passiva. Per saldo is de financieringsbehoefte ten opzichte van de vorige begroting afgenomen. Hierdoor hoeft minder en korter te worden gefinancierd, wat leidt tot een financieel voordeel.
8. Terugdraaien VNG advies Jeugd 2027 en dekkingsplan (2-jaars sluitend) begroting 2026 (besluit 852392)
In de Programmabegroting 2026 is, in lijn met het VNG-advies van 20 mei 2025, een voordeel van € 3,5 miljoen geraamd voor de verwachte compensatie van jeugdkosten over 2023 en 2024. Op basis van de actualisatie van het financiële meerjarenbeeld en de verbeterde begrotingspositie voor jaarschijf 2027 is deze stelpost in de Programmabegroting 2027 niet langer noodzakelijk voor het sluitend maken van de begroting. Daarom is deze post vervallen ten lasten van het begrotingssaldo en toegevoegd aan de algemene reserve. Ook de in de Programmabegroting 2026 opgenomen eenmalige onttrekking van € 1,4 miljoen aan de algemene reserve voor 2027 is komen te vervallen. Het begrotingsresultaat blijft voor 2027 ook zonder deze maatregelen positief.
Conform de eisen van de toezichthouder zijn in de begroting 2027 de prijs- en subsidie-indexaties gebaseerd op de meest recente macro-economische indicatoren van het Centraal Planbureau (CPB). Dit betreft onder andere de loon- en prijsontwikkeling zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) in het voorjaar van het Rijk. De indexatie is toegepast op:
Materiële uitgaven van goederen en diensten;
Subsidiebudgetten voor externe partijen;
Volume en prijsindex jeugd/Wmo.
1a. Indexatie kredieten Integraal HuisvestingsPlan (IHP) en bewegingsonderwijs (krediet € 6.873.038)
Voor de begroting 2027 is voor de indexering van het IHP en de investeringen bewegingsonderwijs (gymzalen en sporthal De Karekiet) het bedrag over de periode januari 2026 – januari 2027 (1 jaar) het prognose indexcijfer van ICS adviseurs gehanteerd. Hierbij zijn de kredieten IHP verhoogd met 5,2% naar het prijspeil 2027. De totale bijraming van het krediet bedraagt € 6.873.038, hierdoor stijgen de kapitaallasten met € 25.507 vanaf 2027 naar € 238.651 in 2030.
1b. Indexatie krediet nieuwe Milieustraat, Visserijweg 3, werfgebouwen (krediet € 1.800.000)
In het voorjaar is de opdracht voor de realisatie van de nieuwe Werf en Milieustraat aan de Visserijweg gegund. In deze begroting zijn tevens de vervangingsinvesteringen van de roerende zaken meegenomen (wasstraat, container shields, natzoutinstallatie, bruggen etc). De definitieve planning kent een uitloop naar 2028 vanwege het nader uitwerken van de duurzaamheidsambities en de voorbelasting van de grond. Het is daarom nodig dat er nog een indexatie over het krediet moet plaatsvinden. Het totaalkrediet inclusief datacentrum bedraagt momenteel € 29,7 miljoen inclusief grond. Het voorstel is het krediet met € 1,8 miljoen te indexeren. Dit bestaat uit de indexering van 5,2% wegens bouwkosten zoals ook gehanteerd is bij het IHP plus een extra bedrag van € 250.000 voor langere projectbegeleiding. De indexering leidt tot extra kapitaallasten van circa € 70.000. Hiervan komt circa 35% ten laste van rioolrecht en afvalstoffenheffing en 65% ten laste van de stelpost loon- en prijsontwikkeling.
1c. Indexatie riolering, wegen en kunstwerken en overig maatschappelijk vastgoed (krediet € 3.434.228)Conform de raadsmemo 944983 zijn de kapitaalkredieten op vier grote categorieen geïndexeerd:
Riolering;
Wegen en kunstwerken;
Scholen en gymzalen;
Overige maatschappelijk vastgoed (zoals woonzorgvoorziening en werf en milieustraat).
Voor de scholen, gymzalen, de werf en de milieustraat en overig maatschappelijk vastgoed geldt een afzonderlijke indexeringssystematiek. Voor de investeringen in riolering, wegen en kunstwerken is uitgegaan van de GWW-index (Grond-, Weg- en Waterbouw) van 0,9% (prijspeil januari 2026). Voorgesteld wordt om een investeringsvolume van € 5,2 miljoen te indexeren. De indexering leidt tot hogere kapitaallasten van € 32.000 naar € circa € 150.000 in 2030. Voor het onderdeel riolering worden deze extra lasten volledig gedekt via de rioolheffing.
2a. Actualisatie materiële uitgaven (bedrijfsvoering, maatschappelijk en ruimtelijk)
In de begroting 2027 zijn de volgende exploitatiebudgetten geïndexeerd: bedrijfsvoeringsbudgetten, subsidies maatschappelijke instellingen, onderwijs, beheer openbare ruimte, economie en verkeer. Ook zijn loonkosten conform de CAO geactualiseerd en de procentuele verdeling hierop verwerkt voor de schijven 2027 tot en met 2030. In deze begroting is voor materiële uitgaven een indexatie van 2,1% aangehouden (2027) en de jaren daarna 2,5%. Voor de gesubsidieerde instellingen 3,6% (2027) en de jaren daarna 2,5%. Dekking is voorzien uit de stelpost loon- en prijsstijgingen (LPO).
2b. Actualisatie budgetten Wmo en Jeugd
Voor Wmo en Jeugd is de prijsindexatie voor het lopende jaar gebaseerd op de contractuele afspraken, waarbij de OVA-index als uitgangspunt dient binnen de huidige contractperiode. Voor de meerjarenramingen wordt aangesloten bij het percentage uit de begrotingsuitgangspunten (4%).
Daarnaast wordt voor Jeugd rekening gehouden met volumeontwikkelingen. Deze volume-indexatie is gebaseerd op de horizontale groei van de totale netto zorguitgaven, zoals opgenomen in de Rijksbegroting (bron: CPB MEV). Voor het lopende jaar wordt het actuele percentage uit de Rijksbegroting gehanteerd; voor de meerjarenramingen wordt uitgegaan van het gemiddelde over de betreffende jaren (3,2%). Deze werkwijze sluit aan bij het VNG-advies om realistisch te ramen.
De doorrekening van het prijs- en volumedeel is verwerkt in de begroting 2027 en laat voor de periode 2027–2030 een licht oplopend nadeel zien. Dekking is voorzien uit de stelpost loon- en prijsstijgingen (LPO).
2c. Actualisatie onroerendezaakbelasting voor inflatie en areaal
De opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB) voor zowel woningen als niet-woningen worden verhoogd met 2,4%, conform de consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. Daarnaast is het areaal naar boven bijgesteld. Deze hogere areaalontwikkeling dan eerder in de begroting was voorzien leidt tot een bijraming van circa € 0,4 miljoen in 2027, oplopend tot circa € 0,9 miljoen in 2030.
2d. Dekking uit de stelpost loon- en prijsontwikkeling (LPO)
Voorgaande onderdelen kunnen worden gedekt uit de beschikbare ruimte op de stelpost LPO, waardoor de begrotingsruimte niet wordt aangesproken. Richting de begroting 2027 zal er nog een actualisatie plaatsvinden op deze stelpost, zodat de stelpost weer op niveau kan worden gebracht voor toekomstige ontwikkelingen.
Na de aanbieding van de Voortgangsrapportage 2026 zijn er van diverse gemeenschappelijke regelingen begrotingen voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraad. In de begroting 2027 is de stijging door de indexaties structureel verwerkt ten laste van de begrotingsruimte. De uitwerking van de bezuinigingen op de gemeenschappelijke regelingen maakt onderdeel uit van de toekomstscenario's.
In de Investeringsagenda worden uitbreidingsinvesteringen in beeld gebracht die nodig zijn voor de groei van de gemeente. In de begroting is een stelpost opgenomen om jaarlijks een voorstel aan de raad te doen voor groei-gerelateerde investeringen. Vanwege de verkiezingen is dit jaar in de Voorjaarsnota geen voorstel aan de gemeenteraad gedaan. Daarom is dit in deze begroting opgenomen. In deze begroting zitten concrete voorstellen voor de Investeringsagenda jaarschijf 2027 (qua cashflow verdeeld over 2027 en 2028). De onderdelen 1 en 3 zijn voorgenomen investeringen. Voor deze investeringen geldt dat ze na uitwerking met een afzonderlijke kredietaanvraag aan de raad worden aangeboden. Pas nadat de raad een investeringskrediet heeft geautoriseerd kunnen verplichtingen worden aangegaan.
In de onderste tabel is het voorstel voor u weergegeven:
G. Investeringsagenda | Krediet | Programma | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
1. Sporthal Karekietpark | 11.695.000 | 2. Samenleving | - | -97.230 | -293.172 | -290.340 |
2. Grotere mobiliteitshub Beatrixplein | 10.261.000 | 5. Mobiliteit | - | - | - | - |
3. Fietsnetwerk 2027 | 500.000 | 6. Beheer openbare ruimte | - | -18.429 | -18.229 | -18.029 |
Resterend voor volgende jaren | - | -809.431 | -613.599 | -616.631 | ||
Beschikbaar in jaarschijf 2027 | - | +925.000 | +925.000 | +925.000 | ||
22.456.000 | Subtotaal G | - | - | - | - |
De voorstellen betreffen enkel voorstellen waarover uw raad al eerder besluiten heeft genomen. Ook voor de Investeringsagenda geldt dat er geen nieuwe uitgaven worden voorgesteld voordat er een structureel sluitende begroting is. Om die reden wordt de stelpost maar beperkt ingezet. Op de stelpost blijft ruim middelen beschikbaar voor de komende jaren
De bestaande Karekiet is technisch en economisch afgeschreven en na jaren van extensief onderhoud (omdat nieuwbouw gepland stond) rijp voor de sloop. Daarnaast heeft het onderwijs behoefte aan uitbreiding van de capaciteit. A.d.h.v. uitvoerige participatie (uitgevoerd in 2025/2026) is door een extern bureau een uitgebreid programma van eisen (PVE) met massastudie opgemaakt en vertaald naar een ruimtestaat en een financieel overzicht. Nieuwbouw is gepland op de huidige locatie van basisschool De KlimOp. De raad heeft op 19 december 2024 voor deze locatie gekozen (1603568). Gewenst resultaat is een sporthal met afmetingen van 50 x 32 meter en een obstakelvrije hoogte van ten minste 7 meter; een moderne beweegbox met naast alle reguliere functies voor bewegingsonderwijs, extra functies voor bewegingsonderwijs en tal van activiteiten gericht op, spel, sport en bewegen. Ook in een horecavoorziening en parkeervoorziening zal worden voorzien. De realisatie van de extra plintfunctie wordt voorgesteld vanuit de ruimtebehoefte van ondernemende sportaanbieders, zo een plek te kunnen bieden aan in het gebied gelegen gevestigde partijen en te voldoen aan een ‘vriendelijk’ gebouw dat opgaat in de omgeving. Een parkeervoorziening onder het gebouw is nodig om in de parkeerbehoefte van het gebouw en omgeving invulling te kunnen geven.
De locatie is klaar voor aanbesteding van het ontwerp. Op basis van de studie op de aangewezen locatie zijn de volgende wijzigingen van het bestaande krediet nodig:
Minder grondkosten dan eerder geraamd (-€ 0,6 miljoen);
Door meer m2 en prijsstijging is een hoger krediet voor de hal zelf nodig (€ 3,8 miljoen);
Door de hal ‘op te tillen’ kan er een parkeervoorziening op de locatie komen die ten dienste is van het hele programma in het park. Hierdoor verbetert het financieel perspectief van de te openen grondexploitatie. De benodigde € 4,3 miljoen voor de parkeervoorziening wordt in 40 jaar afgeschreven en zorgt ervoor dat we t.z.t. een positieve grondexploitatie Karekietpark kunnen aanbieden waar voorheen nog met een tekort werd gerekend.
Voor de nevenruimten is een krediet van € 4,2 miljoen nodig. Hier zou een sportschool en een andere maatschappelijke functie gerealiseerd kunnen worden. De kapitaallasten van deze investering moeten worden terugverdiend met huuropbrengsten.
In de raming is rekening gehouden met 50% kostprijsverhogende BTW omdat de hal overdag door het onderwijs wordt gebruikt.
In 2023 is de grondexploitatie Waterlandkwartier gebaseerd op de structuurvisie en het masterplan, waarbij onder meer werd uitgegaan van de verplaatsing van het station en een parkeerprogramma dat was gebaseerd op een stedenbouwkundige analyse. In de daaropvolgende jaren is het mobiliteitsplan verder uitgewerkt en is op basis van het programma en de geldende parkeernormen een integrale parkeerbalans voor het Waterlandkwartier opgesteld.
Uit deze nadere uitwerking blijkt dat op locatie A1 circa 400 parkeerplaatsen nodig zijn i.p.v. de 233 uit de grondexploitatie van 2023 om een deel van de parkeeropgave van het Waterlandkwartier op te vangen. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de parkeervraag van de NS/P+R-voorziening. De uitbreiding is daarmee onderdeel van de integrale parkeeroplossing voor het Waterlandkwartier.
De ligging van locatie A1 nabij het station maakt het goed bereikbaar en biedt mogelijkheden om verschillende parkeervragen efficiënt te combineren. Door dubbelgebruik van parkeerplaatsen kunnen plaatsen gedurende verschillende momenten door verschillende gebruikers worden benut.
Daarnaast biedt het realiseren van parkeercapaciteit in een gebouw de mogelijkheid om op termijn parkeren van het maaiveld naar een gebouwde voorziening te verplaatsen. Dit is van belang voor de verdere transformatie van het Waterlandkwartier. Binnen A1 moeten in de huidige situatie immers al circa 150 parkeerplaatsen op maaiveldniveau worden verwijderd om de voorgenomen gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. De gebouwde parkeervoorziening maakt het mogelijk deze parkeerfunctie op een efficiëntere wijze te organiseren en tegelijkertijd ruimte vrij te spelen voor woningbouw, groen, openbare ruimte en een kwalitatief hoogwaardige inrichting van het gebied.
De bijraming van € 10,3 miljoen wordt veroorzaakt door een stijging van het aantal parkeerplaatsen van 233 (2023) naar 400 (2026) en een stijging van de bouwkosten in die periode met 33%. Ondanks de aanzienlijke kredietverhoging stijgen de kapitaallasten in de begroting relatief beperkt omdat het reeds bestaande krediet abusievelijk geraamd was met een afschrijvingstermijn van 25 jaar i.p.v. 50 jaar.
In 2023 is in lijn met de uitgangspunten uit het Mobiliteitsplan een plan opgesteld om de kwaliteit en het comfort van fietspaden in Purmerend te verbeteren, door tegelverhardingen te vervangen door asfaltverhardingen. Asfalt is veiliger dan de huidige tegels die er liggen. Ook is het comfortabeler. Het wordt daarmee veiliger en aantrekkelijker om te fietsen. Gezien de beschikbare uitvoeringscapaciteit zijn de projecten verdeeld over een realisatietermijn van vier jaar, 2024-2028. Onder deze projecten vallen onder andere fietspaden rond de Churchillaan, Persijnlaan, Koogsingel en Linneauslaan. Inmiddels zijn enkele tranches hiervan uitgevoerd. Concreet is voor 2027 beoogd de Flevostraat te verbeteren op het gebied van verkeersveiligheid. Het gaat om de Flevostraat tussen Nieuwe Gouw en Koogsingel. Dit is een langgerekt fietspad waar (vooral) veel studenten fietsen en inwoners naar hun werk gaan. Tevens wordt een gedeelte verbeterd met een voetpad, omdat studenten op het fietspad moeten lopen tussen de bushalte en de school. Met dit project verbeteren we dus de verkeersveiligheid en dragen we verder bij aan een veiligere schoolfietsroute. Er wordt net als vorig jaar een krediet van € 500.000 gevraagd. Bij investeringen in fietspaden kent de VRA doorgaans hoge subsidies toe. Gerekend wordt met een VRA bijdrage (Vervoer Regio Amsterdam) van € 100.000. Doorgaans valt die bijdrage hoger uit.