In deze Kaderbrief gaan we in voorbereiding op de Programmabegroting 2027-2030 uit van de volgende uitgangspunten:
De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. De nieuwe cao loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De gemiddelde stijging van de loonsom komt in 2026 uit tussen circa 3,5% en 4,5%, afhankelijk van de schaal en het effect van de nominale verhoging. De uitwerking van de cao inclusief de pensioenpremies valt iets lager uit dan was begroot voor 2026. De cao-verhoging kan voldoende worden opgevangen binnen de beschikbare middelen van de begroting. In de loonkostenbegroting 2027 en verder wordt rekening gehouden met een stijging van 3% voor cao en werkgeverspremies.
De personeelsformatie is gebaseerd op de situatie per 1 april 2026. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 9.
In de begroting worden de personeelskosten verdeeld over de programma's en beleidsvelden (procentuele verdeling), tenzij er sprake is van tijdschrijven.
Voor de toerekening van overheadkosten aan investeringen, grondexploitaties en anterieure overeenkomsten en kostendekkende heffingen wordt een opslag op de loonkosten gebruikt. Aan producten waar de buitendienst voornamelijk aan werkt (riool, afval) is de overheadopslag 53%. Voor de overige leges is de overheadopslag 65%.
Voor de indexering van subsidies zijn de indexen van het Centraal Planbureau (CPB) bepalend, zoals staat in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026. Dit is een combinatie van 70% loonvoet in de sector overheid en 30% prijs van materiële overheidsconsumptie (IMOC). Als instellingen zelf een hogere cao-ontwikkeling hebben, volgt er geen aanvullende compensatie. Ook wordt een tekort aan indexatie niet achteraf gecompenseerd. De jaarlijkse indexatieverhoging wordt toegepast bij de jaarlijkse subsidie beschikking.
Voor de materiële uitgaven op prijsgevoelige exploitatiebudgetten zoals kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties baseren we de indexering op de verwachtingen van het CPB, zoals vermeld in het CEP 2026, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC). We reserveren het bedrag voor prijsstijgingen op één verzamelbudget binnen het overzicht van algemene dekkingsmiddelen (centrale stelpost LPO). Als prijsstijgingen contractueel zijn vastgelegd, verhogen we het betreffende budget met dekking vanuit het verzamelbudget.
De indexering van de zorguitgaven voor de Wmo en jeugdzorg zijn gebaseerd op de OVA-index (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) zoals contractueel vastgelegd. Dit betekent dat de budgetten voor deze zorguitgaven jaarlijks worden aangepast aan de hand van de verwachte loon- en prijsontwikkelingen in de publieke sector. Door deze indexering kunnen we ervoor zorgen dat de financiering van Wmo en jeugdzorg blijft aansluiten bij de actuele kostenontwikkelingen, waardoor de kwaliteit en continuïteit van de zorg gewaarborgd blijft. Voor de indexatie van het volume van jeugd is aangesloten bij de ontwikkelingen van de verwachte reële groei van de totale netto zorguitgaven in het CEP 2026.
Voor de leges, afvalstoffen- en rioolheffing geldt het criterium van 100% kostendekkendheid. De opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de activiteit te waarborgen en om personeels-, huisvestings- en materiaalkosten te dekken. Voor sommige tarieven, zoals die voor reisdocumenten, rijbewijzen en aktes uit de registers van de burgerlijke stand, stelt de Rijksoverheid het maximaal te heffen bedrag vast.
De OZB, RZB en overige heffingen (precario-, toeristen-, honden-, en parkeerbelasting en marktgelden) stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2027 bedraagt de indexering 2,4% (CPI januari 2026). Door areaaluitbreiding (verbouw van woningen en niet-woningen) verhogen we jaarlijks de opbrengst van de OZB. Bij een waardestijging van de onroerende zaken passen we het OZB-tarief aan om de begrote opbrengst te realiseren.
Door ontwikkelingen op de kapitaalmarkt is het rente omslagpercentage van 1,75% aangehouden. Dit percentage gebruiken we ook als uitgangspunt voor de berekening van de lasten van (toekomstige) investeringen en Bouwgronden in Exploitatie (BIE's). De renteomslag wordt voor de programmabegroting 2027 herberekend volgens de bepalingen, zoals opgenomen in de financiële verordening en de notitie rente van de commissie BBV. De verwachting is dat dit percentage de komende jaren stijgt.
De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we een afschrijvingstermijn conform de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 50.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Voor de kredietcategorieën riolering, wegen en kunstwerken wordt de prijsontwikkeling geïndexeerd op basis van de Grond-, Weg- en Waterbouwindex (GWW-index januari 2026). Voor 2027 bedraagt de indexering 0,9%. De GWW-index is de afgelopen periode erg volatiel gebleken. De index laat aanzienlijke schommelingen zien als gevolg van veranderingen in grondstofprijzen, energiekosten, loonontwikkelingen en marktomstandigheden. Voor de categorieën scholen, gymzalen en overig maatschappelijk vastgoed wordt de jaarlijkse indexering gebaseerd op een extern advies over de ontwikkeling van de bouwkosten. Dit is conform raadsmemo 944983. Indien prijsstijgingen niet binnen het beschikbare krediet kunnen worden opgevangen, wordt via een tussentijdse begrotingswijziging voorgesteld het krediet te verhogen.
Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. De budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de Metropoolregio Amsterdam, de GGD, Werkom, Omgevingsdienst IJmond, het Waterlands Archief en het recreatieschap Twiske-Waterland. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen worden verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door de raad is vastgesteld. Mogelijke financiële effecten uit de zienswijze(n) worden verwerkt via de begrotingsruimte.
Onze begroting is opgesteld tegen lopende prijzen. Door uit te gaan van lopende prijzen wordt rekening gehouden met inflatie en andere economische ontwikkelingen, waardoor de begroting een realistisch beeld geeft van de beschikbare financiële ruimte. Deze benadering sluit aan bij de systematiek van het gemeentefonds, waarin de accressen automatisch meebewegen met de rijksuitgaven. Hierdoor blijven de middelen voor gemeenten in principe in de pas lopen met de algemene ontwikkeling van de overheidsfinanciën.
Voor de post onvoorzien ramen wij conform de bestendige gedragslijn een jaarlijks bedrag van € 50.000. Dit budget wordt alleen gebruikt om onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare uitgaven op te vangen. Als wij hier een beroep op moeten doen, dan informeren wij de raad hierover bij de voortgangsrapportage en najaarsnota en/of het jaarverslag.
Voor de ontwikkeling van inwoners en woonruimten hanteren we de onderstaande gegevens:
Jaar | Inwoners | Woonruimten | Gem. huishoudgrootte |
2026 | 96.189 | 44.076 | 2,18 |
2027 | 96.984 | 44.538 | 2,18 |
2028 | 97.081 | 44.738 | 2,17 |
2029 | 97.209 | 44.974 | 2,16 |
2030 | 97.631 | 45.388 | 2,15 |
Onderdeel | 2027 | 2028-2030 |
Loonontwikkeling | 3,00% | 3,0%0 |
Materiele uitgaven (IMOC) | 2,10% | 2,50% |
Kredieten riolering, wegen en kunstwerken (GWW) | 0,9% | 0,9% |
Kredieten IHP en overig maatschappelijk vastgoed | 5,2% | 5,2% |
Prijsindexatie jeugd/Wmo | 3,86% | 4,00% |
Omslagrente | 1,75% | 1,75% |
Rente voor grondexploitaties | 1,75% | 1,75% |
Subsidies gesubsidieerde instellingen (IMOC en loonvoet overheid) | 3,60% | 2,50% |
Leges, begraafrechten, afvalstoffen- en rioolheffing | 100% kostendekkend | 100% kostendekkend |
Gemeentelijke belastingen en overige heffingen (CBS-CPI januari 2026) | 2,40% | 1,50% |