Overzicht en onderbouwing stelposten en taakstellingen

Algemeen

Vanuit de toezichthouder is gevraagd om een afzonderlijk en integraal overzicht van stelposten en taakstellingen op te nemen in de begroting, inclusief een toelichting op de aard en onderbouwing hiervan. In deze bijlage is een integraal overzicht opgenomen van de huidige stelposten en taakstellingen in de begroting 2027. Dit overzicht vergroot het inzicht in de financiële positie en ondersteunt de raad in zijn kaderstellende en controlerende rol. In dit overzicht zijn stelposten en taakstellingen opgenomen met een omvang van €100.000 of hoger.

Stelposten en taakstellingen betreffen begrotingsposten waarvan de concrete invulling, onderbouwing of financiële uitwerking op dit moment nog niet volledig vaststaat. Het opnemen van een stelpost biedt ruimte om verwachte ontwikkelingen of besluiten, waarvan de financiële gevolgen nog onvoldoende zeker zijn, voorlopig in de begroting te verwerken en op een later moment nader te concretiseren. Taakstelling is een opdracht tot bezuinigingen, terwijl (nog) geen concrete maatregelen zijn genomen. Pas op langere termijn ontstaan de positieve financiële effecten.

Conform de uitgangspunten van het BBV en het gemeentelijk financieel toezicht dienen stelposten reëel en voldoende onderbouwd te zijn. Daarbij geldt dat een stelpost niet mag leiden tot een te positief beeld van de financiële positie en dat aannemelijk moet zijn dat de geraamde bedragen op termijn kunnen worden ingevuld of gerealiseerd. De provincie beoordeelt hierbij of de begroting structureel en reëel in evenwicht is en of de opgenomen stelposten voldoende zijn onderbouwd.

Niet alle posten die op kostensoort "stelposten" zijn geregistreerd, hebben het karakter van een stelpost in de zin van het BBV. Een deel betreft technische verdeelposten die worden gebruikt om budgetten op een later moment toe te delen aan programma's, producten of budgethouders. Omdat hierbij geen sprake is van een inhoudelijke of financiële onzekerheid, zijn deze posten niet opgenomen in dit overzicht van stelposten. Bijvoorbeeld een centraal opgenomen budget voor ICT-kostenstijgingen dat gedurende het jaar wordt toegerekend aan de relevante materiële budgetten.

Tabel overzicht huidige stelposten en taakstellingen (bedragen x € 1.000)

Nr

Programma

Omschrijving stelpost

2027

2028

2029

2030

I/S

Effect bij niet realiseren

1.

2. Samenleving

Taakstelling jeugd

1.218

1.514

1.514

1.514

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

2a.

2. Samenleving

Stelpost huishoudelijke hulp uit de Wmo

-

-

7.596

7.581

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

2b.

2. Samenleving

Stelpost vangnetregeling huishoudelijk hulp Wmo

-

-

-2.268

-2.263

S

Voordeel voor begrotingssaldo (beoogde uitgaven worden niet gerealiseerd)

3.

2. Samenleving

Stelpost eigen bijdrage WMO (inkomensafhankelijk)

-1.509

-1.509

-1.509

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde inkomsten worden niet gerealiseerd)

4.

2. Samenleving

Stelpost participatiebudget Werkom

106

106

106

106

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

5.

2. Samenleving

Stelpost Spurd

100

100

100

100

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

6a.

Overhead

Stelpost besparing gemeentelijke formatie

1.350

1.300

1.850

1.850

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

6b.

Overhead

Stelpost maatregelen bestendigheid organisatie: innovatiebudget Ai

-300

-300

-300

-300

S

Voordeel voor begrotingssaldo (beoogde uitgaven worden niet gerealiseerd)

6c.

Overhead

Stelpost maatregelen bestendigheid organisatie: ondersteuning TM

-300

-300

-300

-300

S

Voordeel voor begrotingssaldo (beoogde uitgaven worden niet gerealiseerd)

7.

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost kapitaallasten vertraagde investeringen

-

389

716

716

S

Nadeel voor begrotingssaldo (Onderuitputting wordt niet gerealiseerd)

8.

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost investeringsagenda

-

-925

-1.850

-2.775

S

Voordeel voor begrotingssaldo (beoogde investeringen worden niet gerealiseerd)

9.

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost herijking gemeentefonds

-

-

1.300

1.300

S

Voordeel voor begrotingssaldo (beoogde korting vanuit het Rijk wordt niet gerealiseerd)

10.

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost raming BCF compensatiefonds

-1.078

-1.071

-1.063

-1.054

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde inkomsten worden niet gerealiseerd)

11a.

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost invoering eigen bijdrage jeugdzorg

-

1.286

1.283

1.283

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

11b

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost verkorting trajectduur jeugdzorg

-

336

335

335

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

11c.

Algemene dekkingsmiddelen

Stelpost Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd

-

2.505

2.501

2.501

S

Nadeel voor begrotingssaldo (beoogde besparing wordt niet gerealiseerd)

Totaal

1.096

3.431

10.011

9.085

Programma 2 Samenleving

1. Stelpost taakstelling jeugd

In het raadsvoorstel Formatie urgente vragen jeugdzorg (1606328) heeft de raad ingestemd met maatregelen gericht op het beheersen van de uitgaven binnen de jeugdhulp en het realiseren van de meerjarige taakstelling. Voor de uitvoering hiervan zijn extra middelen beschikbaar gesteld om de benodigde veranderopgave te ondersteunen.

De realisatie van de taakstelling blijft echter een complexe en meerjarige opgave. Een aantal beoogde besparingsmaatregelen, waaronder de doorstroom van jeugdigen naar de Wlz, levert momenteel nog onvoldoende financieel effect op. Dit hangt onder andere samen met het verder op orde brengen van dossiers en de capaciteit die nodig is om deze dossiers te beoordelen en over te dragen. Daarnaast bevindt de verdere versterking van de uitvoeringsorganisatie zich nog in een opbouwfase.

Gelet op deze ontwikkelingen bestaat er onzekerheid over het tempo en de mate waarin de taakstelling volledig kan worden gerealiseerd. De voortgang wordt nauwlettend gevolgd en waar nodig worden aanvullende maatregelen onderzocht om de beoogde besparing te realiseren.

2. Stelpost Wmo huishoudelijke hulp (vanaf 2029)

In de begroting 2027 is een stelpost opgenomen naar aanleiding van een voorgenomen beleidswijziging waarbij de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening met ingang van 1 januari 2029 wordt beëindigd. Als gevolg hiervan is in het gemeentefonds een structurele uitname verwerkt onderdeel 2a), gedeeltelijk gecompenseerd door middelen voor een vangnet voor inwoners die niet in staat zijn deze ondersteuning zelf te organiseren (onderdeel 2b). De nadere invulling van deze Rijkmaatregel, waaronder de doelgroep en uitvoeringsvoorwaarden, is op dit moment nog onvoldoende uitgewerkt. Hierdoor is het voor gemeenten nog niet mogelijk om de daadwerkelijke financiële gevolgen van deze maatregel betrouwbaar te ramen.

Om deze (tijdelijke) onzekerheid op een beheerste wijze in de begroting te verwerken, is een stelpost opgenomen ter hoogte van de netto-uitname uit het gemeentefonds. Hiermee wordt beoogd een budgettair neutrale verwerking van deze maatregel te realiseren in afwachting van nadere duidelijkheid. Hierbij geldt dat het uiteindelijke financiële effect voor de gemeente kan afwijken van de veronderstelde uitname, als gevolg van verschillen tussen rijksaannames en de daadwerkelijke lokale uitvoering en het gebruik, evenals onzekerheden in de beleidsuitwerking, uitvoeringskaders en gedragseffecten. Zodra meer inzicht bestaat in de beleidsmatige uitwerking en de financiële  effecten, zal de stelpost worden vervangen door een reële raming. Daarnaast kan de maatregel zelf leiden tot een wijziging in de omvang van de gemeentelijke uitvoering, waardoor naast een effect aan de batenkant ook een overeenkomstig effect aan de lastenkant optreedt, inclusief de benodigde inzet van personeel en capaciteit. Gelet op de afhankelijkheid van rijksbeleid en het ontbreken van concrete uitvoeringskaders is het opnemen van een stelpost in lijn met de geldende BBV-richtlijnen. Eventuele bijstellingen worden via de reguliere planning- en controlcyclus aan het bestuur voorgelegd.

3. Eigen bijdrage WMO (inkomensafhankelijk)

Het kabinet is voornemens een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren voor een aantal voorzieningen binnen de Wmo 2015 waarvoor momenteel het abonnementstarief geldt. Met deze maatregel verwacht het Rijk de druk op het gebruik van Wmo-voorzieningen te verminderen, zodat de Wmo voor gemeenten op langere termijn financieel beheersbaar blijft. De beoogde invoeringsdatum is inmiddels verschoven naar 1 januari 2028, nadat eerdere invoeringsdata van 2026 en 2027 niet haalbaar bleken. De daadwerkelijke invoering blijft echter onzeker, omdat deze afhankelijk is van zowel de benodigde aanpassingen in de systemen van het CAK als de tijdige vaststelling van de benodigde wetgeving. Hierdoor bestaat voor gemeenten het risico dat de invoering opnieuw wordt uitgesteld, waardoor de verwachte besparingen op de Wmo-uitgaven later of niet worden gerealiseerd. De verwerking van deze stelpost vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij het bestuur periodiek wordt geïnformeerd over de voortgang en eventuele bijstellingen.

4. Stelpost participatiebudget Werkom

In de begroting 2026 ( onderdeel toekomtscenario's) is een besparing opgenomen van 2% op de gemeentelijke bijdrage aan Werkom. De besparing zal voornamelijk neerslaan op activiteiten die worden gefinancierd uit het participatiebudget en de overige gemeentelijke bijdragen. Dit kan gevolgen hebben voor de capaciteit die beschikbaar is voor beschut werk, jobcoaching en re-integratieactiviteiten. Hierdoor bestaat het risico dat minder inwoners kunnen worden begeleid naar werk, dat wachttijden voor beschut werk toenemen en dat de uitstroom uit de bijstand achterblijft bij de verwachtingen. Als gevolg hiervan kunnen de verwachte besparingen gedeeltelijk worden tenietgedaan door hogere uitkeringslasten en toenemende maatschappelijke kosten.

5. Stelpost Spurd

In de begroting 2026 is als onderdeel van de toekomstscenario’s opgenomen dat Spurd verder wordt doorontwikkeld en haar organisatie anders inricht. Daarbij wordt voor de sportactiviteiten uitgegaan van een organisatie die meer vanuit de inhoudelijke opgave is ingericht. Deze ontwikkeling moet bijdragen aan een betere aansluiting van het sport- en beweegaanbod op de behoeften van inwoners en de groei van de stad. Daarnaast wordt verkend of generieke ondersteunende functies, zoals administratie en HR, efficiënter kunnen worden georganiseerd, eventueel in samenwerking met andere accountpartners van de gemeente. De maatregel leidt naar verwachting tot een structureel financieel voordeel en resulteert in een afname van management- en ondersteunende formatie.

Overzichten Overhead

6. Stelpost besparing gemeentelijke formatie

In de Programmabegroting 2026 (onderdeel toekomstscenario's en dekkingsplan) is een besparing op de gemeentelijke formatie opgenomen. Deze maatregel draagt bij aan een toekomstbestendige inrichting van de gemeentelijke organisatie en sluit aan bij de verwachting dat digitalisering, procesverbeteringen en de inzet van AI de komende jaren mogelijkheden bieden om werkzaamheden efficiënter uit te voeren. Het bestaat uit een besparing (6a/minder formatie) en een investering (6b/innovatiebudget Ai). In de toekomstscenario's is dit bedrag netto opgenomen. De invulling van de formatieve besparing is geïnventariseerd in de nota 'Purmerend in balans' en wordt geffectueerd na de besluitvorming hierover. Tegelijkertijd vraagt de groei van de organisatie aandacht voor de aansturing en ondersteuning van teams. In verschillende teams is de span of control van teammanagers toegenomen, wat gevolgen kan hebben voor bereikbaarheid, begeleiding en werkdruk. Daarom wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om de organisatie ook in de toekomst effectief te laten functioneren (onderdeel 6c). In de Voorjaarsnota 2025 is hiervoor budget beschikbaar gesteld.

De uiteindelijke invulling van de formatieve besparing vindt gefaseerd plaats. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt tussen financiële voordelen, de beschikbaarheid van personeel, de kwaliteit van dienstverlening en de uitvoering van gemeentelijke taken. De realisatie van de besparing is afhankelijk van de mate waarin de organisatie erin slaagt werkzaamheden efficiënter te organiseren en de verwachte productiviteitsverbeteringen daadwerkelijk te realiseren. Indien deze ontwikkelingen achterblijven of aanvullende investeringen noodzakelijk blijken, bestaat het risico dat de taakstelling niet volledig wordt behaald. In dat geval zullen aanvullende maatregelen nodig zijn of moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van het takenpakket, de prioritering van werkzaamheden en het gewenste niveau van dienstverlening. 

Algemene dekkingsmiddelen

7. Stelpost kapitaallasten vertraagde investeringen

In de begroting is een stelpost opgenomen voor vertraagde investeringen. Deze stelpost heeft betrekking op investeringsprojecten waarvan de uitvoering en daarmee samenhangende lasten, zoals kapitaallasten, later tot realisatie komen dan oorspronkelijk voorzien.

De stelpost biedt ruimte om de financiële effecten van deze vertragingen tijdelijk op te vangen en voorkomt schommelingen in de begroting als gevolg van aanpassingen in de planningen van investeringsprojecten. Naarmate projecten worden herijkt en de realisatieplanning concreter wordt, zal de stelpost worden afgebouwd en verwerkt in de desbetreffende programma’s en investeringskredieten. Uit het geactualiseerde Meerjareninvesteringsplan (MIP) blijkt dat jaarlijks gemiddeld circa € 100 miljoen aan investeringen is opgenomen. Op basis van de gerealiseerde uitputting in voorgaande jaren wordt voor 2028 rekening gehouden met een onderuitputting van circa 10% (€ 10 miljoen). Voor de jaren 2029 en 2030 wordt uitgegaan van een onderuitputting van circa 18% (€ 18 miljoen per jaar). De verwerking van deze stelpost vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij het bestuur periodiek wordt geïnformeerd over de voortgang en eventuele bijstellingen.

8. Stelpost investeringsagenda

De investeringsagenda van de gemeente biedt een integraal overzicht van de voorgenomen en lopende investeringen en geeft richting aan de ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling van de stad. Hiermee wordt invulling gegeven aan de groeiopgave van Purmerend en de samenhang tussen woningbouw, voorzieningen, infrastructuur en openbare ruimte. De concrete inzet van de investeringsmiddelen vindt plaats via afzonderlijke kredietvoorstellen aan de raad, waarbij de investeringen worden getoetst op noodzaak, prioriteit en financiële haalbaarheid en maakt onderdeel uit van de Voorjaarsnota. De exacte inzet en fasering van deze investeringen is afhankelijk van afzonderlijke besluitvorming door de raad en de voortgang van projecten. Hierdoor is het moment waarop kapitaallasten daadwerkelijk optreden nog onzeker. Om deze reden is deze raming als stelpost opgenomen.

Sinds de begroting 2023 is structureel een jaarlijkse kapitaallast opgenomen van € 925.000 voor de investeringsagenda. Met deze jaarschijf kan jaarlijks circa € 20 miljoen aan investeringskrediet worden ingezet voor uitbreidingsinvesteringen die voortvloeien uit de groei van de gemeente.

9. Stelpost herijking gemeentefonds (vanaf 2029)

In de begroting is een stelpost opgenomen in verband met de voorgenomen herijking van het gemeentefonds per 2029. De financiële effecten van deze herijking zijn op dit moment nog onzeker en afhankelijk van nadere besluitvorming op rijksniveau en de uiteindelijke verdelingseffecten voor gemeenten. De stelpost houdt tevens rekening met de afbouw van de huidige suppletie-uitkering die gemeenten ontvangen ter compensatie van negatieve herverdeeleffecten als gevolg van eerdere wijzigingen in het gemeentefonds. Afhankelijk van de uitkomsten van de herijking kan de omvang van deze compensatie wijzigen of beëindigd worden, waardoor effecten kunnen ontstaan op de algemene uitkering van de gemeente.

Zodra meer duidelijkheid bestaat over de omvang en impact van de herijking en de daarbij behorende overgangs- en compensatieregelingen, zal de stelpost nader worden geconcretiseerd en waar mogelijk worden verwerkt in de reguliere begrotingsramingen. Eventuele bijstellingen worden via de planning- en controlcyclus aan de raad voorgelegd.

10. Stelpost raming BTW compensatiefonds

In de begroting 2026 (toekomstscenario's) is een stelpost opgenomen voor de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF). Gemeenten mogen in hun begroting en meerjarenraming rekening houden met deze ruimte, binnen de kaders die zijn afgesproken tussen de gezamenlijke toezichthouders en het Rijk.

Vanwege de jaarlijkse fluctuaties in de beschikbare ruimte is afgesproken dat de laatst gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond als maximaal te ramen bedrag wordt gehanteerd. Voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030 is daarbij uitgegaan van de definitieve afrekening van het jaar 2025, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2026.

De beschikbare ruimte onder het plafond is bijgesteld ten opzichte van eerdere ramingen, hetgeen leidt tot een lagere maximale opname in de begroting. De stelpost borgt dat deze ruimte op een prudente en consistente wijze wordt verwerkt. Eventuele toekomstige bijstellingen, voortvloeiend uit nieuwe realisaties of circulaires, worden via de reguliere planning- en controlcyclus voorgelegd.

11. Stelposten jeugdzorg (vanaf 2028)

In de begroting is een stelpost opgenomen in verband met aanvullende maatregelen uit de Hervormingsagenda jeugdzorg, zoals aangekondigd in de Voorjaarnota 2025. Het betreft onder meer maatregelen gericht op het verkorten van de trajectduur en het invoeren van een eigen bijdrage in de jeugdzorg (onderdeel 11a en 11b). Daarnaast is sprake van een geïndexeerde besparingsopgave, waardoor een hogere besparing wordt verondersteld (onderdeel 11 c).

Het Rijk heeft in het gemeentefonds vanaf 2028 reeds een financieel voorschot genomen op deze maatregelen. Conform het advies van de VNG is hiervoor een stelpost in de begroting opgenomen. Gelet op de huidige onzekerheden rond de nadere uitwerking en implementatie, en het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor de realisatie hiervan primair bij het Rijk ligt, is het toegestaan hiervoor een stelpost in de begroting op te nemen. De uiteindelijke financiële effecten kunnen voor gemeenten afwijken van de rijksaannames, onder meer als gevolg van onzekerheden in de beleidsuitwerking, uitvoeringskaders en gedragseffecten. Daarnaast kunnen deze maatregelen leiden tot aanpassingen in de gemeentelijke uitvoering en bijbehorende kosten.

De stelpost biedt ruimte om de financiële effecten van deze maatregelen, vooruitlopend op nadere duidelijkheid, op een beheerste wijze in de begroting te verwerken. Zodra meer inzicht bestaat in de feitelijke invulling, haalbaarheid en verdelingseffecten, zal de stelpost nader worden geconcretiseerd en – waar mogelijk – worden verwerkt in de reguliere begrotingsramingen. Eventuele bijstellingen worden via de planning- en controlcyclus voorgelegd.