PDF Opties

Financiële kaders en uitgangspunten begroting 2024-2027

Algemene kaders en uitgangspunten

  • De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. De nieuwe cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 31 december 2023. Er is een loonsverhoging overeengekomen van €240 per 2 januari en daarna een verhoging van 2%. Verder stijgt de thuiswerkvergoeding van € 2 naar € 3 per dag en is het minimumloon voor iedereen gesteld op € 14 per uur. Daarnaast is het bovenwettelijk verlof verhoogd naar 7 dagen en geldt 5 mei vanaf 2024 als een doorbetaalde feestdag. Het financiële effect van de ophoging van de loonkosten 2023 is meegenomen in de Voorjaarsnota. Voor de begroting wordt voor de jaren na 2023 vooralsnog een indexatie aangehouden van 3% per jaar voor loonsverhogingen en (pensioen-)premies.

  • De personeelsformatie is gebaseerd op de situatie per 1 april 2023, inclusief besluitvorming Voorjaarsnota 2023. De ambtelijke functies begroten we tegen de functionele schaal met een anciënniteit van trede 10.

  • De domeinen geven per team aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma's en beleidsvelden (procentuele verdeling), tenzij er sprake is van tijdschrijven. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De overheadkosten worden uitgedrukt in een percentage van de loonsom van de lijnafdelingen. Dit percentage wordt gehanteerd bij de toerekening van overheadkosten aan investeringen, grondexploitaties en projecten (anterieure overeenkomsten) en kostendekkende lokale heffingen. Aan producten waar de buitendienst voornamelijk aan werkt (riool, afval) is de overheadopslag 51%. Voor de overige leges is de overheadopslag 62%. Deze percentages worden jaarlijks herijkt bij het opstellen van de begroting.

  • Voor de subsidies houden we rekening met een jaarlijkse indexatieverhoging van 2,5%. Indien instellingen zelf een hogere cao-ontwikkeling hebben, volgt er geen aanvullende compensatie. De jaarlijkse indexatieverhoging vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor de subsidie.

  • De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. In afwijking van de CBS-indexering gaan we uit van een jaarlijkse groei van 1,50%. Hiermee onderstrepen we de blijvende inzet om goedkoper en met een hogere kwaliteit in te kopen. In de budgetten is de groei niet functioneel verwerkt. In het geval van excessieve stijgingen kan met onderbouwing aanspraak worden gemaakt op de collectieve stelpost. Gezien de onzekerheden in de prognoses over de prijsontwikkeling van het CPB zijn de uitgangspunten voor de begroting 2024 opnieuw doorgerekend op de jaarlijkse investeringsbedragen voor vastgoed, tractiemiddelen en openbare ruimte en de materiele budgetten energie, voeding, zorgsalarissen Wm0/jeugd, onderhoud en materialen. In Onderstaande tabel laat de geactualiseerde indices zien (prijspeil 2023).

  • Voor de leges, afvalstoffen- en rioolheffing geldt het criterium van 100% kostendekkendheid. Dit betekent enerzijds dat niet meer mag worden geheven dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. Het betekent anderzijds dat kostenstijgingen, bijvoorbeeld als gevolg van cao-ontwikkelingen, in deze tarieven worden doorberekend. De hoogte van deze tarieven zijn onder meer afhankelijk van de tijdsbesteding en de kosten van overhead. De opbrengsten worden gebruikt om de kwaliteit van de activiteit te waarborgen en om personeels-, huisvestings- en materiaalkosten te dekken. Van een aantal tarieven wordt het maximaal te heffen bedrag vastgesteld door de Rijksoverheid, zoals de tarieven voor reisdocumenten, het rijbewijs en de tarieven voor aktes uit de registers van de burgerlijke stand.

  • De OZB, RZB en de overige heffingen (precario-, toeristen-, honden-, reclame- en parkeerbelasting en marktgelden) stijgen jaarlijks nominaal met de consumentenprijsindex (CPI) zoals gepubliceerd door het CBS in januari van het jaar voorafgaand aan de begroting. Voor 2024 bedraagt de indexering 7,60% (CPI januari 2023). In de meerjarenraming gaan we voor de jaren na 2024 uit van 1,50%. Dit passen we bij de volgende Voorjaarsnota aan op basis van de CPI van januari 2024. Door areaaluitbreiding (verbouw woningen en niet-woningen) verhogen wij jaarlijks de opbrengst OZB. Bij een algehele waardedaling c.q. waardestijging van de onroerende zaken verhogen dan wel verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren.

  • Als gevolg van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt is het renteomslagpercentage voor de begroting 2024-2027 verhoogd van 1% naar 1,25%. Dit percentage gebruiken we ook als uitgangspunt voor de berekening van de lasten van (toekomstige) investeringen. De renteomslag is voor de begroting 2024-2027 berekend conform de bepalingen, zoals opgenomen in de Financiële verordening en de notitie rente van de commissie BBV.

  • Voor de doorberekening van rente aan Bouwgronden in Exploitatie (BIE's) is de toegestane toe te rekenen rente gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Hierbij wordt het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille naar de verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen berekend. Om te voorkomen dat de renteparameter jaarlijks fluctueert, kiezen we in de meerjarenprognose voor een stabiel rentepercentage van 1,25%.

  • De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we een afschrijvingstermijn conform de financiële verordening. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen beneden € 50.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

  • Voor verbonden partijen gaan we uit van dezelfde financiële uitgangspunten als voor de eigen begroting. De budgetten worden dus ook geïndexeerd. Het betreft de Veiligheidsregio, de Metropoolregio Amsterdam, de GGD, Werkom, Omgevingsdienst IJmond, het Waterlands Archief en het recreatieschap Twiske-Waterland. De meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen hebben we verwerkt zoals aangegeven in de zienswijze die door de raad is vastgesteld.

  • Voor de post onvoorzien ramen wij conform de bestendige gedragslijn een jaarlijks bedrag van € 50.000. Dit budget wordt alleen gebruikt om onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare uitgaven op te vangen. Als wij hier een beroep op moeten doen, dan informeren wij de raad hierover bij de Voor- en Najaarsnota of het jaarverslag.

Samenvatting uitgangspunten 2024-2027

Loonontwikkeling

3,00%

Prijs-/inflatieontwikkeling:

1,50%

Prijsindexatie jeugd/Wmo

4,00%

Omslagrente

1,25%

Rente voor grondexploitaties

1,25%

Subsidies gesubsidieerde instellingen

2,50%

Leges, begraafrechten, afvalstoffen- en rioolheffing

100% kostendekkend

Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2024 (CBS-CPI januari 2023)

7,60%

Gemeentelijke belastingen en overige heffingen 2025 - 2027

1,50%